Tien mythen over zelfredzaamheid bij brand

Mythe 1: Mensen kennen de gevaren van brand.

In praktijksituaties zijn mensen zich minder bewust van de gevaren van brand dan verondersteld wordt. De gevaarperceptie van mensen is lager dan de ernst van de situatie in werkelijkheid is.

Mythe 2: Mensen vluchten zodra ze brandalarm horen.

Dat is wat in de bouwregelgeving wordt verondersteld. Maar in werkelijkheid blijkt dat mensen vaak helemaal niet vluchten zodra ze een brandalarm horen. De reactie op een brandalarm kan enkele minuten tot langer duren.

Mythe 3: Mensen maken bij het vluchten gebruik van de groene vluchtrouteaanduidingen.

In de praktijk blijkt dat mensen niet of nauwelijks gebruik maken van de groene al dan niet verlichte nooduitgangbordjes. Men is zich vaak niet bewust van de aanwezigheid of negeert ze simpelweg.

Mythe 4: Mensen vluchten via de dichtstbijzijnde nooduitgang.

Het gebruik van de dichtstbijzijnde nooduitgang is niet vanzelfsprekend. Het is niet zozeer de afstand tot de nooduitgang die maakt dat mensen voor een bepaalde uitgang kiezen; mensen vluchten doorgaans via een route die ze kennen. Over het algemeen is dit de (hoofd)ingang waardoor ze zijn binnengekomen.

Mythe 5: In gebouwen met een hoge bezettingsdichtheid wordt de zelfredzaamheid bij brand bepaald door het aantal (nood)uitgangen.

Er is geen sprake van een evenredige verdeling van mensen over de beschikbare uitgangen. Bovendien blijken de aannamen in de bouwregelgeving te optimistisch voor wat betreft de doorstroomcapaciteit.

Mythe 6: Liften en roltrappen niet geschikt voor vluchten bij brand.

Dit geldt voor iedereen die zelfredzaam is en zelf via trappen het gebouw kan verlaten. Uit onderzoek van incidenten is echter gebleken dat mensen uit de brand zijn gered door gebruik te maken van liften en roltrappen. Vooral voor personen die fysiek niet of nauwelijks via trappen het gebouw kunnen verlaten, is het gebruik van liften en roltrappen soms de enige optie om bij brand veilig te kunnen vluchten.

Mythe 7: Bedrijfshulpverleners zijn overbodig: de technische brandveiligheidsmaatregelen zijn veel belangrijker.

Ook al is een gebouw brandveilig uitgevoerd, dan nog bepaalt het gedrag van mensen uiteindelijk voor een belangrijk deel de zelfredzaamheid bij brand. De inzet van getrainde bhv’ers blijkt bij een ontruiming tot een kortere reactietijd van de aanwezigen te leiden in vergelijking met een ontruiming zonder getrainde bhv’ers.

Mythe 8: Mensen met een permanente functionele beperking zijn het minst zelfredzaam.

Mensen met een functionele beperking zijn bij brand niet per definitie minder zelfredzaam dan mensen zonder functionele beperking. Neem bijvoorbeeld blinde mensen die bij slecht zicht als gevolg van rookontwikkeling of lichtuitval beter in staat zijn zich te oriënteren dan niet visueel gehandicapte mensen.

Mythe 9: Mensen zijn zelfredzaam bij brand als zij zich onder normale omstandigheden in een gebouw kunnen verplaatsen.

Veel mensen blijken in geval van een incident helemaal niet zo mobiel te zijn als gevolg van tijdelijke beperkingen. Die kunnen bijvoorbeeld ontstaan door zwangerschap, operaties, overgewicht, astma. Of door brandeffecten, zoals lichamelijke reacties op hitte en rook (slecht zicht, bewusteloosheid).

Mythe 10: Mensen raken in geval van brand in paniek.

Het tegendeel is waar. In veel gevallen doen mensen namelijk helemaal niets bij het zien van een brand. Ze blijven staan kijken, gaan door met hun activiteiten die ze al deden, of ze komen juist naar de brand toe om het van zo dichtbij mogelijk te ervaren.

Bron: NIBHV

https://www.nibhv.nl/expertises/bedrijfshulpverlening/basiscursus-bhv-bedrijfshulpverlening/

https://www.blushetvuur.nl

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.